HotSpots Magazine
Adverteren op www.hotspotsmagazine.nl
Home HotSpots Magazine Fashion HotSpots Magazine beauty HotSpots Magazine Lifestyle HotSpots Magazine eten & uitgaan HotSpots Magazine Interviews HotSpots Magazine Columns HotSpots Magazine Gespot HotSpots Magazine Jij in hotspots HotSpots Magazine Winnen HotSpots Magazine adverteren
interviews HotSpots Magazine Ali B HotSpots Magazine Katja Romer - Schuurman HotSpots Magazine Ernst Daniel Smid HotSpots Magazine Ron Blaauw HotSpots Magazine Fred van Leer HotSpots Magazine Archief...
Volg ons op Twitter
HotSpots magazine
Carola Doornbos banner
HotSpots magazine
Vrijwel onbewolkt (zonnig/helder) Vrijwel onbewolkt (zonnig/helder) bij 21.8°C
Bennie Jolink

Boeren rock 'n roll

Bennie Jolink

Hotspots editie 24

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

Aan de rand van Haaksbergen, in the middle of nowhere, bevindt zich de studio en het atelier van Bennie Jolink (65), zanger van de band Normaal. Omdat we het niet konden vinden met de navigatie kwamen we twintig minuten te laat, maar Bennie vindt het niet erg. Hij staat lekker te schilderen als we binnenkomen. “Wil je iets te drinken?” Als ik om een glaasje water vraag zegt hij: “Water? Daar poepen de vissen in.”

Dekt boerenrock nog steeds de lading van jullie muziek?
“Je zou het beter boeren rock ’n roll kunnen noemen. Rock ’n roll is vrolijk, rock vind ik vaak somber. In de tachtiger jaren maakten we ook rockmuziek. Maar dat maken we niet meer. Ik ben meer geïnteresseerd in roots muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten. Country, blues en rock ’n roll, soul, en tegenwoordig ook wel jazz, maar dat is meer in het theater. Dus boerenrock dekt de lading niet meer zo. In de jaren zeventig, toen we net begonnen, werd onze muziek ook wel boerenpunk genoemd. Dat wilden wij niet, maar eigenlijk was dat de perfecte titel, want we konden helemaal niet goed spelen. Punk was stads, negatief en pessimistisch. Terwijl wij plattelands, positief en optimistisch waren. Maar muzikaal gezien paste die titel wel. We ramden er maar wat op los, gebruikten schuttingtaal, protestteksten, vloekten en trapten overal tegenaan.”

Er wordt nogal wat bier gegooid tijdens jullie concerten.

“Dat bier gooien is ontstaan bij onze tweede hit Alie. Na Oerend Hard moest er meteen een hit achteraan komen en dat was Alie. Zo ging dat. De regisseur van de videoclip vond het bewegende publiek allemaal een beetje hetzelfde, dus onze toenmalige manager haalde toen een krat halve liters, uiteraard Grolsch, en die deelde hij uit aan het publiek. Daar moesten ze mee gaan spuiten. Dat is eigenlijk het hele verhaal. Het is nooit door ons aangemoedigd, maar het is ontstaan en vanaf dat moment is dat nooit meer opgehouden. Vandaar dus dat bier een nogal prominente rol speelde, maar het was zeker niet bedoeld als aanmoediging van alcoholisme. Het was juist bedoeld als anti-geluid tegen wodka, whisky en de drugs wat andere artiesten ‘normaal’ vonden. Doe maar normaal, gewoon een pilsje. Maar ik zeg maar zo: ze kunnen beter met bier smijten dan met wat anders. En het is goed voor je haar.”

En dat kapot scheuren van die t-shirts. Ook zo’n ding.
“Ja daar ben ik het helemaal niet mee eens en er ook niet blij mee. Want zie je deze vier voortanden? Dat is een brug. Die tanden zijn zo vaak geraakt. Dan gooien ze met zo’n baal t-shirts tegen de microfoonstandaard aan: tok. Telkens tegen diezelfde tanden. Ik moet toch best wel vaak zeggen, van jongens, gooi nou niet naar het podium want dan stoppen we ermee. Ik lees ook wel eens op forums dat mensen hun shirt kapot wordt getrokken zonder dat ze daar om vragen. Dat gaat me te ver. Dat is høken een streepje te ver. Ik ben er dus zeer tegen.”

Heb je privé geen last van je imago?

“Ik heb er alleen maar last van. Ik vind het afschuwelijk om BN’er te zijn. Het is verschrikkelijk. Je kunt niet door een winkelstraat lopen, iedereen schreeuwt je na en fluistert je na, of ze geven je een keiharde zet en zeggen: Hé! Doe eens even een handtekening voor de kleine jongen! En die kleine jongen is een baby van twee maanden die in de buggy ligt. Nederlanders zijn het meest onbeschofte en onbeschaafde volk ter wereld. Lawaaierig en niet welopgevoed. Een imago, dat krijg je. Bij de eerste Toppop is er een relletje ontstaan. We hadden wat vernielinkjes gepleegd voor 117 gulden. Dat hebben we netjes betaald, maar in alle kranten stond dat we tuig waren en dat we anderhalve ton schade hadden veroorzaakt. Enorm overdreven, maar we hebben toen niet geprotesteerd. Prima: ze kunnen beter over je fiets lullen, dan over je lul fietsen. Dus toen waren we in een keer beroemd, maar ook berucht. En dat imago: dat bier gooien en die toch wel vrij ruige toestanden, daar kom je niet vanaf. Een imago is een zevenkoppige draak. Als je er een kop af slaat, groeien er twee weer aan. Oh jij, ruige rocker, bier zuipen en dit en dat. Dat is meer dan dertig jaar geleden. Maar ja, het is onuitroeibaar.” 

Schaam je je daarvoor?

“Ik heb wel spijt van dingen. Absoluut. Straks worden de kleinkinderen groter en dan krijgen ze te horen: oh jouw opa, dat was toch die zuiplap. Dat is niet fijn natuurlijk. We waren altijd dronken op tv. We moesten steeds play-?backen. Ik noemde dat bek-playen. Elke vorm van intelligentie is daar hinderlijk bij. Dus hoe stommer je bent, hoe beter je kan playbacken.”

Je was er ook niet zo goed in.

“Expres niet! Vooral ook omdat we het vervelend vonden, want daar hoefde je niets voor te kunnen. Dan gingen we daar naar toe en dan werd het toch een zuippartij joh. Dan zeiden ze: je krijgt geen bier meer hier. Dat gaf niets, want we hadden tien gitaarkoffers bij ons en die zaten helemaal vol met bier. We werden gewoon hartstikke dronken. Dus dat we twintig jaar lang dronken op tv zijn geweest, dat is voor ons imago natuurlijk ook niet echt bevorderlijk geweest. Maar ik kan me dus wel beklagen over dat imago, het is wel heel erg onze eigen schuld geweest. Eigen schuld, dikke bult. Ik beklaag me dus vooral over mijn eigen domheid. Laat dat vooral duidelijk zijn.”

Maar hoe zou je willen dat mensen jou zien?

“Als wie ik ben. Dat heeft heel weinig nog met høken en bier zuipen te maken. Ik doe heel veel voor goede doelen, ik ben een fanatieke sportman. Wat denken ze nou? Dat als je de hele dag dronken bent, je kan motorcrossen? Dat gaat dan toch nog geen honderd meter goed? Ik zou willen dat mensen langs mijn imago heen kijken en zien wie ik ben. Ik ben in de eerste plaats opa van vijf kleinkinderen. Mijn vaderschap heb ik er niet zo geweldig goed vanaf gebracht, maar dat wil ik als opa een beetje goedmaken. Daarnaast ben ik natuurliefhebber. Jager weliswaar, maar een jager is een echte natuurliefhebber. En niet zo’n schreeuwlelijk van een of andere dierenpartij uit de grote stad die geen flauw idee heeft hoe de natuur in elkaar zit. Stadse, naïeve… Nou ja, laat maar. Daar kan ik me vreselijk over opwinden. Van die onbelangrijke clichés roepen. Maar als jager, dan moet je eigenlijk alles van dat dier weten. Wat vreet ‘ie, wat zijn z’n gewoontes en hoe leeft ‘ie.

En je zet je in als ambassadeur?
“Ik ben ambassadeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, omdat die flapdrol van een Bleeker alle natuur om zeep wil helpen, door gigantisch te bezuinigen. Dan wordt het veel belangrijker hoe particulier grondbezitters met het landschap omgaan. Dus dat ze moeite doen om heggen aan te poten en groenwallen. Het landschap weer wat te verfraaien en terug te brengen naar een natuurlijkere staat. Daarnaast ben ik ambassadeur van Varkens in Zicht. Dat zijn varkenshouders die zichtstallen hebben, zodat je zelf kunt komen kijken dat die dieren niet mishandeld worden. Iedereen adviseerde mij om dat niet te doen, want varkenshouders hebben een slecht imago. Toen dacht ik ja, dan hebben ze het juist hard nodig. Varkenshouders zijn ook gewoon hard werkende mensen die niets verkeerds doen.”

Maar de muzikant in jou is er ook nog steeds?
“We doen nu de elfde theatertournee, daarin spelen we jazz, klassiek, blues, country, bluegrass, gospel. Ik wou dat mensen zagen dat dát mijn imago was. Dat ze ’s winters in de theaters komen kijken en zien dat het niet alleen maar bier gooien en høken is. Er komt ook een nieuwe cd, waarvoor ik vanaf september al 15 nieuwe songs heb geschreven. Ik ben nog nooit zo creatief en productief geweest. Dan heb ik het over kwantiteit, want de kwaliteit is een kwestie van smaak. Maar na 37 jaar treed ik nog steeds met plezier op. Ik zou er ook onmiddellijk mee stoppen als dat niet zo was. Dit kun je niet met tegenzin doen. Ik heb doodziek op het podium gestaan, ik heb een kwetsbare gezondheid, met astma en dergelijke, maar op het moment dat het gordijn opengaat en je die koppen dan ziet… Dan zeg ik: Oeeeh! En hoor je iedereen: Oeeeh! Daar doe je het voor. Ik vergelijk optreden wel eens met seks. Het is iedere keer wel tamelijk dezelfde handeling, maar je blijft het toch doen met veel hartstocht en passie. Dat blijft toch leuk.”

Bekijk online ons magazine!
HotSpots magazine
RedCard
HotSpots magazine